1 politiek in Venezuela toen niet stabiel was. Daarom

1 De
komst van de olieraffinaderij

In 1914 had men veel olie in Maracaibo gevonden.
Veel bedrijven hadden sinds de Eerste Wereldoorlog olie en benzine nodig. De
Nederlandse oliebedrijf had ook olie en benzine nodig maar ze konden de
olieraffinaderij niet in Venezuela vestigen want grote tankers konden het meer
van Maracaibo niet bereiken omdat het ondiep was. Een andere reden waarom het
olieraffinaderij niet in Maracaibo gevestigd kon worden was omdat het politiek
in Venezuela toen niet stabiel was. Daarom besloot het Koninklijke Shell om de
olieraffinaderij op Curaçao te vestigen. Deze olieraffinaderij werd in 1918
geopend. De komst van de olie-industrie zorgde voor grote veranderingen in de
samenleving van Curaçao.  

We Will Write a Custom Essay Specifically
For You For Only $13.90/page!


order now

 

Shell had in eerste instantie een groot
probleem: Weinig arbeiders. Dit kwam omdat er voor de komst van de
olieraffinaderij niet genoeg werkgelegenheid was voor de arbeiders op Curaçao
daarom gingen meeste Curaçaoënaars in het buitenland werken. Ze gingen meestal
naar Panama, Santo Domingo, Cuba en Venezuela, daar konden ze beter betaald
worden en waren de werkomstandigheden beter. Nu had Shell arbeiders nodig en
was een groot deel van de bevolking in het buitenland. Shell begon met het
zoeken van arbeiders vanuit verschillende deel van de wereld. In 1922 kwamen er
arbeiders uit verschillende nationaliteiten bijvoorbeeld Aruba, Bonaire,
Trinidad en Barbados. Deze arbeiders woonden in wijken als Suffisant, Asiento
en Valentijn waar het armoede zichtbaar was. De Nederlanders vestigden zich
eerst als gewone arbeiders en later als ambtenaren. Door de komst van deze
Nederlandse ambtenaren moest de oude elite zijn machtspositie inleveren want
zij zaten nu in de overheid, bezaten zaken en oefenen politieke invloed uit. Ze
woonden in Julianadorp en Emmastad geïsoleerd van de rest van de bevolking.
Deze wijken werden speciaal gebouwd voor de olie-elites. Het was duidelijk dat
de blanken zich beter voelden dan de zwarten.

 

5.2
Verandering in de olieraffinaderij

De Curaçaoënaars zelf hadden in eerste instantie
voordelen door de komst van de olieraffinaderij. Ze werden goed betaald, ze
hadden nu constant werk, en hun kinderen kregen goed onderwijs. Ze waren ook
niet verplicht meer om bij hun meesters te blijven werken want nu hadden ze
meer werkgelegenheid. Maar in de jaren ’60 kwam er weer veranderingen. Curaçao
werd een democratie. Het Democratische partij werd bestuurd door de blanken en
zij hadden weinig aandacht voor de behoeftes van de zwarte bevolking. De werkloosheid
daalde maar de lonen waren laag. De Curaçaoënaars  waren in de ogen van de blanken ‘lui en onverschillig’ 1en ze
werden snel ontslaan. Men nam liever de migranten in dienst want zij waren
volgens de werkgevers trouw en ze hadden een betere reputatie dan de
Curaçao?naars. “De blanke werknemers
werden beter betaald dan het zwarte voor hetzelfde werk”.2
Dus de ongelijkheid tussen een blanke werknemer en een zwarte werknemer was
zichtbaar in de Curaçaose bevolking.

De lonen daalden en de kosten van levensonderhoud
stegen. De Nederlandse ambtenaren hadden het wel goed, zij verdienden meer dan
80x meer de inkomen van de Curaçaose arbeiders. De regering was ook bezig met
het plannen van hotels waardoor de Curaçaoënaars niet meer naar de strand mocht
gaan en het was de regering die hiervan profiteerde.  Er kwamen verschillende organisaties om de
werkomstandigheden van de arbeiders te verbeteren, bijvoorbeeld Kambio, URA en
Vitó.

 

Kambio

Kambio betekent verandering en het was een
maandblad opgericht door Antilliaanse studenten die in Nederland studeerden. Ze
wilden dus verandering  brengen in het
feit alleen de elite groep goed betaald werden en de zwarte arbeiders niet. Ook
de ex-studenten kwamen op Curaçao met nieuwe idee?n vanuit het buitenland. Ze
streefden naar betere werkomstandigheden. Kambio was niet zo succesvol want het
aantal maandblad was elke maand weer beperkt en het verscheen alleen in
Nederland.

 

URA

URA is afkorting voor Union Reformista Antiano.
Deze partij was opgericht door Papi Jesurun. Het doel van deze partij was om de
manier van de Curaçaose overheid te veranderen. URA behaalde niet genoeg
stemmen voor een zetel want de relatie tussen de oprichters van de partij
(blank) en de bevolking (zwart) was te groot en de bevolking kon de deftige
Nederlands niet goed verstaan.

 

Vitó

Vito was een tijdschrift opgericht door Stanley
Brown. Zij waren zeer revolutionair en wou de zwarte bevolking bewust maken dat
zij in actie moest komen voor zichzelf. Elke zaterdag van de Jaren ’60
verscheen er jongeren bij elkaar in de stad en zij protesteerden tegen de
slechte werkomstandigheden en de ongelijkheid onder de zwarte bevolking.

 

Er werden ook verschillende vakbonden in deze
periode opgericht en toen de werkomstandigheden slechter werden begonnen er meer
werknemers  aan te sluiten aan deze
vakbonden. “Vakbonden zijn verenigingen van vakbonden om hun belangen te
verdedigen”3. Net
als alle andere organisaties wou de vakbonden hogere lonen en betere
werkomstandigheden. De belangrijkste leiders van de vakbonden waren Amador Nita
en Papa Godett. Amador Nita schreef in 1952 een boek over de ongelijkheid
tussen de zwarte en de blanke arbeiders. Ongeacht al deze organisaties,
vakbonden en protesten kwam er geen verandering in de ongelijkheid en
werkomstandigheden van de arbeiders dus kwam men in opstand.

Hoofdstuk
5

 

Hoe ontwikkelde racisme na de opstand van
30 mei 1969?

6.1 De
opstand van 30 mei 1969

Shell wilde kosten besparen dus besloot men om
onderdelen van de productie van Shell door andere bedrijven te laten bezorgen
en er onstond nieuwe fabrieken. Een van deze fabrieken was Wescar N.V. De
vakbond van Wescar was CFW. Op 6 mei zou de cao van Wescar beëindigen. Wescar
besloot om individuele cao-contracten te sluiten met de arbeiders. CFW was niet
blij met de besluiten van Wescar en zei besloten dan om in staking te komen. De
werknemers van Wescar eisten voor een salarisverhoging van 40% waarbij ze dan
hetzelfde loon als de arbeiders van Shell zouden komen. Wescar steeg de lonen
met 4% dus besloten de werknemers van CFW om weer op 29 mei te staken. De
vakbonden van PWFC/AVVC besloten tijdens de vergadering van 29 mei ‘s avonds om
een staking van 24 uur te houden. De staking begon op 29 mei 23:00 uur bij post
5. Er waren daar ongeveer 100 arbeiders en zij verbieden alle blanke werknemers
die daar moest komen werken. De volgende dag was er ongeveer 5000 arbeiders bij
Post 5. Zij liepen allemaal samen naar Punda. Er werden verschillende auto’s en
winkels geplunderd en in brand gestoken. Er werden in totaal 60 gebouwen in
brand gestoken. 22 van de 28 politiemannen in Punda werden gewond geraakt. De
overheid van Curaçao vroeg om
militaire steun van Nederland. Er werden in totaal 322 personen gearresteerd
maar later werden ze vrijgelaten. 
Eventueel waren Shell en Wescar bezig aan het onderhandelen voor gelijke
salarissen onder de arbeiders.

 

6.2 De
gevolgen van 30 mei 1969

Na 30 mei moest de regering aftreden en er
ontstond een nieuwe partij. Frente Obrero i Liberashon 30 mei of FOL. Deze
partij werd opgericht door Amador Nita, Stanley Brown en Papa Godett en Stanley
Brown. Deze partij kreeg 1 zetel doordat ze 22,6% van de stemmen kreeg. Ze
kregen natuurlijk veel stemmen van de zwarte bevolking.  De DP en de NVP kregen meer stemmen dus zij
waren nu ook in de regering en sommige ministers zaten er al in het kabinet
voor 30 mei. De vakbonden hadden nu meer macht. 
Sowieso ging deze regering zich meer bezig houden met de zwarte
bevolking. De regering die vooral uit zwarte Curaçaoënaars bestond probeerde
zich te voldoen aan de behoeftes van de zwarte bevolking door bijvoorbeeld werk
te geven en huizen te bouwen. Het feit dat de regering werkgelegenheid voor
iedereen probeerde te creëren leidde tot werkverschaffing want er was zoveel
ambtenaren en er was niet genoeg werk voor iedereen. “Werkverschaffing is het
in georganiseerd verband organiseren van projecten om werklozen een nuttige
tijdsbesteding te geven” 4. Men besteed meer aandacht voor de Curaçaose cultuur. De tumba werd
hersteld, de regering kwam met Dia di Bandera waarbij men elk jaar weer ons
eiland vereerd en Papiaments werd in het onderwijs ingevoerd. De Curaçaoënaars
kregen een gevoel van eigenwaarde en nationalisme. ze waren trots op hun eiland
en hun kleur.

 

Curaçao kreeg na 30 mei 1969 veel voordelen maar
het racisme zelf werd niet minder. De blanken hadden geen inspraak meer want nu
waren de zwarten aan de macht. Het racistische mentaliteit was nog steeds
aanwezig, nu voelde de zwarten zich beter dan de blanken.

 

 

1 Habitantenan di Kòrsou.

2 Geschiedenis van de Antillen.
Zutphen: Uitgeversmaatschappij Walburg Pers. p. 141.


http://www.encyclo.nl/begrip/vakbond

4 http://www.encyclo.nl/begrip/Werkverschaffing

x

Hi!
I'm Roxanne!

Would you like to get a custom essay? How about receiving a customized one?

Check it out